Categorie archief: Vroeger

Kamperen

Ik heb best veel kampeerervaring. Vooral op kleine natuurcampings met ijskoude beekjes om je in te wassen en een campingwinkel met louter linzen en lavendelkussentjes. ‘Lekker primitief’ en ‘heerlijk rustig’, zeiden mijn moeder en haar vriend dan tegen elkaar. Ik haatte het: de linzen, het ijskoude water, de verplichte lange bergwandelingen en vooral die vriend. Op een enkel potje badminton na, verveelde ik me dood.

Liever ging ik met mijn buurmeisje mee naar de Middellandse Zee: campings met wel 400 plaatsen, zes zwembaden, Calippo’s in exotische smaken en veel Nederlandse jongetjes. Haar ouders hadden een caravan mét wc die drie weken bleef staan, in plaats van dat ‘lekker rondtrekken’ met die klotevouwwagen.

Ruim achttien jaar later ga ik het toch weer proberen, dat kamperen. Over drie maanden gaan we met een oude Toyota Hilux naar Kaapstad rijden. Eerst willen we testen of de indeling van onze auto, waar inmiddels weken werk inzit, ook daadwerkelijk praktisch is.

Toegegeven, mijn keus is gevallen op een natuurcamping in de bosrijke omgeving van Ermelo. Lekker kleinschalig, lekker buiten. Achterin liggen vertrouwde spullen: vale, legergroene kampeerstoeltjes, kleine opblaasmatjes en een gedeukte pannenset. Gekregen van de ex-vriend van mijn moeder, die ik inmiddels niet meer haat.

We zijn er! Triomfantelijk ronken we het veldje van de natuurcamping op. Ik heb wel eens een hartelijker ontvangst meegemaakt. Een potige vrouw gestoken in wielrenbroek, oversized shirt en Tevaslippers legt uit waarom: ‘Auto’s zijn hier absoluut niet gewenst.’ Laat staan dit soort benzineslurpende gevallen, zie ik haar denken. Je zou eens wat deodorant, een scheermesje en een leuk jurkje moeten kopen, denk ik.

Na lang zoeken parkeren we onze auto op het achterste veld van camping en recreatiepark De Molen in Garderen. We worden aangestaard door achttien senioren. Ze zitten in koppels voor hun caravans die in een keurige cirkel staan opgesteld. Sinds 1 april ‘mogen ze weer staan’ en zijn ze er ‘zo vaak als het kan’. Wat een hel. Kamperen is net opgroeien. Je moet het leren waarderen.

Ginnes rekkuts

De vrouw met de langste nagels

Zeven jaar was ik en we woonden in Rosmalen. Ja, inderdaad, van het Autotron en Albert West. Mijn lievelingsboek was Daantje de Wereldkampioen van Roald Dahl, voorgelezen door mijn moeder. Zelf las ik het liefst – let op: snelle uitspraak en met zachte g –­ Ut-Ginnes-Boek-Of-Rekkuts. Een enorm boek met een donkerblauwe kaft met gouden letters en een bizarre fotocollage. Bomvol topprestaties. Urenlang zat ik met het zware boek op schoot, minstens drie keer per week.

De vrouw met de langste nagels fascineerde me, al waren de man met vijf armen, de dikste vrouw ter wereld en de grootste slagroomtaart ooit gebakken ook niet mis. Maar het was meer dan plaatjes kijken; ik analyseerde ieder record. Welke zou ik op mijn naam willen schrijven? Lag dat binnen mijn mogelijkheden? En, minstens zo belangrijk: was ik bereid zo ver te gaan? Bij het nagelrecord stond een geinige foto, maar niet my cup of tea; leek me onhandig en duurde te lang. Om dezelfde reden viel het record paalzitten af. Bovendien: wat als je naar de wc moet? Er komt natuurlijk veel pers op af en dan plaatsen ze natuurlijk net die ene foto als je even op je paal zit te plassen. Nee, daar had ik geen zin in. Pas nu weet ik dat je bij paalzitten om de vier uur, vijf minuten van de paal af mag om te plassen. Als ik dat toen had geweten, zou ik dat hele paalzitten niet eens overwogen hebben. Ik doe niet aan neprecords.

Het meest ideale wist ik al snel, was een nog niet bestaand record te vestigen. Minimale inzet, maximaal resultaat. Ja, een beetje zesjesmentaliteit, maar wel met ambitie. Ik dacht aan de hoogste boomhut, het langste springtouw, en aan de mens die het langst onder water kon blijven. Die laatste heb ik nog een tijd serieus in bad geoefend. Helaas verloor ik het al snel van mijn broer.

Stiekem wil ik nu, 25 jaar later, nog steeds een record vestigen. Het zoeken naar het niet bestaande record of het vinden van mijn ultieme categorie is een eindeloos proces. Sommigen noemen het leven.