Categorie archief: Op avontuur

Retourtje Sarajevo

Met grote passen en achteloze blikken loop ik met kek Samsonite koffertje over het brandschone vliegveld van Keulen naar de terminal van German Wings. Onder het motto ‘freelancen kun je overal’ heb ik een vlucht geboekt. In Sarajevo liggen de verhalen vast voor het oprapen.

De piloot vertelt ons dat we nog een half uur boven Sarajevo moeten rondvliegen vanwege het noodweer. We hebben nog genoeg benzine dus ‘no worries‘. De vrouw naast mij knijpt in de arm van haar man. Ik tuur over de groene heuvels waarin willekeurig wat dorpjes lijken gestrooid. Tussen ’92 en ’95 moet het daar verschrikkelijk zijn geweest. Ik vraag me af of men  in Sarajevo daar nog met mij over wil praten.

Ik meld me bij de paspoortcontrole. De douanier fronst een paar keer en bestudeert mijn paspoort, lachen zit niet in zijn functieomschrijving. Hij draait een nummer. Binnen 20 seconde staan er vier marechaussee om me heen. Mmm, da’s gek. ‘You are on the black list of Interpol, this passport is stolen’, zegt de douanier bestraffend, terwijl hij met twee dikke vingers mijn paspoort omhoog houdt. Mmm, da’s heel gek.

Mijn koffer moet zo snel mogelijk van de bagageband en ik moet meteen weer het vliegtuig in. Lamgeslagen kijk ik naar de andere reizigers, zij zien toch ook wel dat ik geen crimineel ben? Val mij bij! Ze kijken. Ze zwijgen. Het interesseert ze niets. Zo voelt een illegaal zich dus.

Dan schiet me iets te binnen, dít moet er gebeurd zijn: paspoort kwijtraken; nieuwe aanvragen; paspoort terugvinden en niet weggooien – want zoveel exotische stempels; oude paspoort meenemen naar Sarajevo. Mijn verhaal maakt geen indruk. Een pokdalige vrouwelijke douanier, die ook buiten werktijden nooit lacht, sommeert mij op te schieten. Paniek. Ik wil niet terug, ik wil op avontuur, ik ben onschuldig! Het lijkt alsof ik op een filmset sta. Door deze associatie weet ik opeens wat ik moet doen: ‘Let me call my lawyer’ , roep ik ernstig, terwijl ik mijn vriend probeer te bellen. Werkt ook niet. Vijf minuten later zit weer in het vliegtuig, de stoelen zijn nog warm. Tranen rollen over mijn wangen. Vrouw van de wereld met kek Samsonite koffertje is vanavond weer thuis.

Jutten in het stof

Afbeelding 112

Als kind was ik gek op strandjutten. Uren scharrelde ik langs de vloedlijn op zoek naar flessepost, goudstukken en desnoods schelpen. Nu het strand ver weg is en je met schelpen weinig blijkt op te schieten – zelfs niet met de sigarenblikjes beplakt met kokkeltjes, nonnetjes en scheermessen –  zoek ik naar andere zaken. Ik scharrel op Funda op zoek naar een betaalbaar huis aan de gracht of  en probeer op freelance.nl opdrachten die én leuk zijn én goed verdienen te vinden. Beiden sites zitten inmiddels in de categorie ‘schelpen’.

Maar strandjutter ben je voor het leven merkte ik toen laatst die kinderlijke opwinding weer door mijn lijf gierde. Het was in Bousseraucourt, een gehucht in de Haute-Saone, waar ik gewapend met camera, door een leegstaande brasserie struinde. Het was net alsof  ik er de eerste strandjutter in 60 jaar was. Het gebouw lag vol met schatten als je tenminste in het bezit bent van een scherp oog. Ze lagen er heel argeloos, bedekt met een dikke laag stof;  vooroorlogse en ongeopende tonijnblikjes, kistjes, onbekend gereedschap en meer zaken die een verder onderzoek waard zijn. Het was niet míjn brasserie anders had ik ze allemaal meegenomen. Nu zat er niks anders op dan ze met mijn camera vast te leggen. Voor een verhaal, voor mezelf, in ieder geval nu vast voor op mijn geheime blog. Sindsdien is de jutter in mij weer opgestaan. Ik heb net de hele site van Veilinghuis de Eland afgestruind. Maar virtueel is het lang zo lekker niet. Ik mis het strand, ik mis een grote kasteelzolder. Waar moet je als jutter heen in Amsterdam?