
11.00 uur. Tijd voor mijn dagelijkse koffie in een patisserie met WiFi. Met laptop onder de arm zwier ik over de straten van Las Canitas – een chique wijk in Buenos Aires – joviaal groetend naar de winkeliers uit mijn straat. Vijf maanden woon ik hier nu en misschien blijf ik nog een paar jaar. Ik probeer me dus aan te passen.
Een beetje Argentijnse chica heeft flair, nul schaamhaar, perfect verzorgde nagels en een obsessie voor de sportschool. Dat laatste heb ik in ieder geval goed opgepikt. Vooral omdat ik me hier, na vijf maanden solliciteren en twijfelen over mijn verkering, behoorlijk nutteloos begin te voelen. Zeker nu de verkering wel een baan heeft gevonden. Remedie: iedere dag naar de sportschool.
Maar naast al hun zorgen over de buitenkant, hebben de Argentijnen een bijzonder fingerspitzengefühl voor de binnenkant. Ze praten graag over Het Gevoel; ofwel in een wekelijks gesprekje met de psycholoog (niets om je voor te schamen hier) dan wel met iedere wildvreemde. Zo bestelde ik net – in mijn beste Spaans – een cappuccino bij een echte ober. In Nederland wordt dit soort bedreigd maar in Argentinië heb je ze nog volop, echte obers: zo’n zestiger met een strak wit gesteven overhemd, die met routineuze handelingen als het met soepele pols afnemen van een tafeltje zijn vakmanschap toont.
Enfin, hij vraagt hoe het met me is. Ik antwoord dat het goed met me gaat en dat ik net heb gesport en bedenk tegelijkertijd dat ik geen idee heb wat ik verder met deze dag moet. Ik vraag nogmaals of hij een cappuccino voor me heeft. Hij blijft me aankijken. In de hoop dat hij weggaat kijk ik geconcentreerd naar mijn laptop. Hij zegt dat ik wel eerlijk kan antwoorden want hij denkt dat het helemaal niet goed met me gaat. ‘Vos sos triste’- je bent droevig.
Waar bemoeit die vent zich mee? Gisteren ook al de taxichauffeur en vanochtend een bezorgde blik bij de groenteboer. Ik kan wel janken. Met een brok in mijn keel glimlach ik de ober weg. Ik wil geen gesprek, ik wil een cappuccino. Ik voel me inderdaad kut, weet niet wat ik wil, wat ik moet. Ik moet en wil hier genieten. Van het koffie drinken. Van deze tijd, van Buenos Aires, van alle mogelijkheden. Maar soms weet ik het gewoon even niet: wil ik alleen maar huilen om mijn luxe waarin alles kan en ik het niet weet. Waarin een ober, die mijn vader had kunnen zijn, mij vertelt dat ik eerlijk mag antwoorden. Naar mijn gevoel moet luisteren. Wel mooi hoor. Viva Argentina, maar nu even niet. Ik wil naar huis. Denk ik.

