Nog vijf weken, nog 35 dagen. Min twee dagen verhuizen, min vier dagen testvakantie in Frankrijk, min een dag EHBO-cursus, min vijf dagen die je nou eenmaal ontglippen. Dus eigenlijk nog maar 23 dagen, afgerond drie weken. Dat is gruwelijk snel.
Mag ik dan alsjeblieft een beetje zenuwachtig zijn? Mag ik dan af en toe bitsen en verwijten slingeren naar een reisgenoot die lak heeft aan mijn lijstjes en mijn behoefte aan een plan mét tijdsschema?
‘Een plan is niet nodig, we halen het heus wel. En nee, ik ga niet zeggen hoe lang ik denk nodig te hebben voor het installeren van de accu, want ik heb het nog nooit geda-haan, dus ik weet niet hoe lang het duurt.’ ‘Ja maar..’ probeer ik nog. ‘Nee, als ik het wel zeg klopt het toch niet.’
Toch boeken we ook af en toe een succesje. Zo staat de daktent eindelijk niet meer in een schuur maar op onze auto. Het wachten was op het roofrack, een lasproject van mijn reisgenoot waar hij niet de geplande twee dagen maar drie weken mee in de weer was. Hij toetert trots als hij onder ons raam in de Reestraat staat. Tot mijn schrik staat het roofrack een halve meter hoger dan ik in gedachten had, daarbovenop zweeft onze tent. Dat is dan ook het eerste dat ik zeg, als ik zuchtend de voordeur opendoe.
Reisgenoot:’ Dat is juist handig zo, dan kun je er nog spullen onder leggen.’
Ik: ‘Je wil daar helemaal geen spullen onder leggen want dat wordt allemaal gejat. Bovendien: we hebben ruimte genoeg. Wat niet in de auto past, gaat niet mee.’
‘Kun je er ook iets positiefs over zeggen?’
‘Fijn dat het erop zit. Wat moet er verder nog gebeuren en hoe lang heb je daarvoor nodig?’
‘Jezus, Flore, weet je wel hoe lang ik hiermee bezig ben geweest?’
‘Ja dat weet ik: ontiegelijk lang.’
Een reisgenoot die graag zelf klust is prettig, zeker onderweg. Maar nu, zo kort voor vertrek, wil ik dat dat gehobby klaar is. Sterker nog: ik zou me graag grof laten afzetten bij een garage. Al was het maar omdat het dan echt niet langer duurt dan twee dagen. En dan kan ik dat in mijn schema afvinken en daar word ik dan rustig van. Hoop ik. En dan hebben we niet steeds van die pijnlijke situaties – waarbij ik achteraf heus inzie dat ik mijn gedachtes ook anders had kunnen, had moeten, verwoorden. En dat het dan weer waar wordt wat ze zeggen, dat de voorbereidingen minstens zo leuk zijn als de reis. Ik voel de tranen branden. Ik bel mijn hulplijn, ‘Mamobiel’, en besef dat ook zij straks heel ver weg is.
Woooohhhwww wat een leuke verhaaltjes!
Ik kon er bijna niet mee stoppen maar heb dat toch maar gedaan.
Moet zelf ook nog wat schrijven.
OOST,west ,Toyota best.
René